Bert Roemeling is in juli vorig jaar lid geworden van “De Goudvink”. Hij sprak de wens uit zich via de nieuwsbrief nader voor te stellen aan de leden. Vandaar dat ik met onze voorzitter/fotograaf bij hem op bezoek ben gegaan. We werden hartelijk ontvangen met koffie, thee en reusachtige stukken appeltaart voorzien van fikse hoeveelheden slagroom.

Bert en Rita raken niet uitgepraat over hun vogels. Bert raakte op z’n 14e al verslaafd aan zebravinken en deze vogeltjes is hij tot op heden, hij is nu 58, trouw gebleven. Op zijn 15e kreeg hij met een zebravink zijn eerste medaille. Die medaille heeft hij nog steeds. Hij was toen lid van de afdeling Appingedam. Als jonge knaap kreeg hij ondersteuning van een oudere zebravinkenliefhebber. Zijn vader hielp mee met de verzorging van de vogels.

Het aantrekkelijke van zebravinken is dat er zoveel mutaties en combinaties van mutaties zijn, wel zo’n 200 in totaal. Wanneer je op de ene kleurslag bent uitgekeken, stap je zo over op een andere. Op aandringen van Rita kwamen er wel eens Glosters in huis. Maar die brachten bloedluis mee. Dus weg ermee! Ze hebben een hekel aan ongedierte. En wie niet. Rita is daarna meer de kant van de lonchura’s opgegaan. Vooral de Japanse meeuw trekt haar aan. In de toekomst willen ze ook nog enkele speciale soorten bronzemannetjes.

Ze hebben zich terdege verdiept in de achtergrond van deze soorten. Stapels boeken hebben ze doorgenomen. Bert is ook lid van de Nederlandse Zebravinken Club, een speciaalclub die bij de Bond is aangesloten. Deze club geeft een tweemaandelijks uitstekend verzorgd blad uit en het prachtige Zebravinkenboek. Alleen de foto’s in dit boek zijn al de moeite waard.

De inrichting en aankleding van het vogelverblijf van Bert en Rita toont ook duidelijk dat hier serieuze liefhebbers aan het werk zijn. Dit verblijf is ingericht in een afgescheiden deel van de garage dat direct vanuit het woonhuis bereikbaar is. Het is wel niet groot, maar alles is kraakhelder en overzichtelijk. Er is grote aandacht besteed aan de ventilatie, de verwarming en de verlichting. Alle kooien en vluchten zijn van kunststof. De bodembedekking bestaat uit honingraat papier. Eén keer in de week de laden uittrekken, papier met vogeluitwerpselen in een vuilniszak, de rommel die er naast valt opvegen en de doel is weer fris. Geen gesjouw met schelpenzand! Dat honingraatpapier zou volgens Bert ook tijdens tentoonstellingen gebruikt moeten worden. Daar valt veel voor te zeggen. Nu is schelpenzand nog voorgeschreven, maar wellicht gaat dat in de toekomst veranderen. Een voordeel van deze werkwijze is dat Bert en Rita nooit ziekten in hun kooien en vluchten hebben. Nieuw aangekochte vogels gaan altijd in quarantaine. Ze laten zich ook nooit op vogelmarkten zien. Je weet immers niet wat je vandaar aan ziektekiemen kunt meeslepen.

Het schoonmaakwerk doen ze steevast met hun tweeën. Bert heeft 3 keer een hartinfarct gehad. Hij kan niet meer voluit zoals hij dat vroeger gewend was. Jaren heeft hij twee drukke banen naast elkaar gehad. Hij woonde toen in Duitsland waar hij lid was van de vogelvereniging in Bunde. Teven was hij lid in Oostwold. Na zijn hartinfarcten heeft hij zijn vogels weg moeten doen en in 2012 is hij terug naar Nederland gekomen. Na enkele jaren begon het echter weer te kriebelen en heeft hij zijn oude hobby weer opgenomen.

Het kweken van een goede tentoonstellingszebravink valt nog niet mee. Het is een standaardvogel. In tegenstelling tot een conditievogel, die louter op conditie wordt gekeurd, moet een standaardvogel aan vele eisen voldoen. Zo is de grootte van doorslaggevend belang. De doorsnee zebravink, die wordt geringd met maat 2,7 mm, is veel te klein om op een tentoonstelling hoge punten te scoren. Bert gebruikt ringmaat 3,2 mm. Zijn zebravinken doen wat afmetingen betreft niet onder voor een kanarie! Natuurlijk moeten de lichaamsverhoudingen in balans zijn. En dan nog de kleuren. Er zijn heel veel onderdelen waarop gekeurd wordt en waarop dus ook puntenaftrek kan plaatsvinden. In het wilde weg kweken en dan maar hopen dat er iets goeds bij zit, zal weinig resultaat opleveren. Er moet lijnenteelt worden toegepast en in het opbouwen van een goede lijn gaat wel een paar jaar zitten. Bert houdt een uitgebreide kweekadministratie bij en kent de afkomst van iedere vogel.

Natuurlijk zijn zebravinken die tentoonstellingskwaliteit bezitten aanmerkelijk duurder dan de huis-, tuin- en keukenzebravinken die we vaak op de vogelmarkten zien zitten. Maar soms wordt het ook al te gek met die prijzen. Dat er mensen zijn die € 1400,00 voor een enkele zebravink neer tellen vindt Bert belachelijk. Het moet wel een hobby blijven. Binnenkort reist hij naar Brabant voor speciale Japanse meeuwen waarin Engels bloed is ingekruist. Die krijgt hij ook niet voor een paar Euro mee. Maar dat vindt hij al gek genoeg.

Bert en Rita zijn zich meteen al gaan inzetten voor de vereniging. Bert heeft plaatsgenomen in de tentoonstellingscommissie en doet een groot deel van de advertenties voor de catalogus. Hij heeft zelfs een aantal nieuwe adverteerders gevonden. Rita merkt op dat de verenigingscultuur bij ons nogal verschilt van die in Duitsland. Dat merken wij ook wel in onze contacten met Weener. Zo is het in Duitsland gebruik dat de vrouwen van de leden ieder een taart bakken die tijdens de tentoonstelling wordt verkocht. Dat levert flinke inkomsten voor de vereniging op. Bij ons zal dat op praktische bezwaren stuiten. Maar de Duitsers geven zich ook meer moeite om de tentoonstelling aan te kleden en daarmee aantrekkelijker te maken voor bezoekers die niet zo’n fanatieke puntenjagers zijn. En daar kunnen we wellicht wel iets mee.

Ik hoop dat ik met dit verhaal duidelijk heb kunnen maken wat Bert en Rita in de vogelliefhebberij en in de vereniging aantrekt. Ik knoop daar meteen de vraag aan vast: “Wie volgt?” Via de nieuwsbrief een bezoekje brengen aan een lid is een uitstekende manier om elkaar te leren kennen en meer kennis van de vogelliefhebberij op te steken.