Chris Steijvers

Telkens wanneer uw bestuur vergadert over het voorbereiden van de ledenavond komt aan de orde welke plantjes er voor de verloting gekocht gaan worden. Eén van de bestuursleden, ik zal haar naam niet noemen, roept dan altijd verschrikt uit: “Geen bejaardenplantjes!!!” Wat ze daar precies mee bedoelt, blijft een beetje vaag. Wel is duidelijk dat het afrikaantje door haar onder die bejaardenplantjes wordt gerekend. Maar bejaardenplantje of niet, het afrikaantje is een nadere beschouwing meer dan waard. Ook voor de vogelliefhebber kan het plantje een speciaal belang hebben.

Tudeltoantjes in de tuin

Het afrikaantje is in Groningen beter bekend als tudeltoantje. In Vlaanderen zeggen ze vaak stinkertje vanwege de typische geur die het plantje afgeeft. De Latijnse naam is Tagetes. Dat is de geslachtsnaam. Daar moet dan nog een soortnaam achter. En het afrikaantje komt in heel veel soorten en variëteiten voor.

Wie in het voorjaar in de rekken van een zaadhandel gaat kijken, zal zien dat de meest uiteenlopende vormen en kleuren van afrikaantjes te koop zijn. Het betreft dan meestal tuinplantjes. Het is een één-jarige plant. In het voorjaar uitgezaaid, groeit en bloeit hij tot aan de eerste nachtvorst.

Veel tuinliefhebbers zweren er bij dat het stinkertje vanwege zijn geur bladluizen op een afstand houdt. Zij poten ze dan ook bij voorkeur naast planten die gevoelig zijn voor bladluis. Zelfs in groentetuinen wordt het afrikaantje voor dit doel ingezet. Tussen rijen sla, bonen of kool komt dan telkens een rij afrikaantjes. Of dat echt helpt is de vraag. Maar het ziet er natuurlijk wel mooi uit. Het afrikaantje zelf is zeer vatbaar voor slakkenvraat. Het komt wel voor dat van pas uitgeplante afrikaantjes na een vochtig warme nacht alleen nog kale stengels overeind staan.  

Maar afrikaantjes vinden ook andere toepassingen dan in de sier- of groentetuin. Aan het Zuiderveen zien we soms hele percelen bouwland die zijn ingezaaid met tudeltoantjes. Die percelen zijn dan in gebruik bij boomkwekers. Waarom doen ze dat? De boomkwekerijen in Oost-Groningen produceren veel voor de export. De landen waar die boomkwekerijproducten naar toe gaan, willen uiteraard geen plantenziekten binnen halen. Daar wordt streng op gecontroleerd. Eén zo’n plantenziekte is het wortelaaltje. Dat is een piepklein wormpje dat zich te goed doet aan plantenwortels. Ze kunnen massaal voorkomen. Ook van de wortels van het tudeltoantje kunnen ze niet afblijven. Maar wanneer ze daar aan beginnen, leggen ze onmiddellijk het loodje. Er zitten stoffen in die voor wortelaaltjes puur vergif zijn. Een perceel waarop afrikaantjes hebben gestaan, is dan ook zo goed als vrij van wortelaaltjes. En dat zonder chemische bestrijdingsmiddelen. Ook in de aardappelteelt wordt deze methode steeds vaker toegepast.

Een heel veld bejaardenplantjes aan het Zuiderveen

Zo’n enorm veld met kleurige bloemetjes ziet er natuurlijk prachtig uit. Maar het trekt ook veel insecten aan. En daar komen weer vogels op af. Ook de imkers hebben inmiddels ontdekt dat er iets halen valt. De meeste tuinafrikaantjes zijn dubbelbloemig. Daar kunnen bijen geen honing van halen. Maar de variëteiten die voor de aaltjesbestrijding worden gebruikt zijn enkelbloemig. Vandaar dat het voor de imker lonend is daar zijn bijenkasten bij te plaatsen. Afrikaantjeshoning heeft een typische smaak, sterker dan bijvoorbeeld koolzaad- of klaverhoning. Maar wel lekker!

En nu naar onze vogels. De meeste liefhebbers zullen het woord “Tagetes” wel kennen van advertenties uit de vogelbladen. Zoals zo vaak wordt het middel dan aangeprezen als remedie voor zowat alle kwalen waaraan vogels kunnen lijden. Het wordt verkocht als poeder, als extract opgelost in alcohol en als zalf. Wie al die reclame gelooft, moet het zelf maar weten. Toch is het wel duidelijk dat tagetes prima werkt als kleurstof. Vooral voor putters zou het heel erg geschikt zijn. Een goede putter moet tijdens de keuring een dieprood masker laten zien. De vleugelspiegels zijn helder geel. Bij het voeren van de gebruikelijke rode kleurstoffen krijgt het masker zijn gewenste kleur. Maar iets te veel van die kleurstoffen veroorzaakt een oranje waas op de gele vleugelspiegels. En dat kost punten. Wie zijn putters bijkleurt met tagetes zal geen last hebben van verkleurend geel. Ook voor barmsijzen en goudvinken wordt tagetes aanbevolen als ideale kleurstof.

Of tagetes voor dat doel gekocht moet worden is overigens maar de vraag. De prijzen lopen nogal uiteen. De ene firma vraagt € 18,00 voor een potje poeder met 150 gram, de andere € 17,50 voor 250 gram. De aanbevolen dosering is 2,5 gram per kilo voer. Men kan echter ook tudeltoantjes in de tuin poten en dan het hele jaar door de bloemetjes met het halfrijpe en rijpe zaad plukken. Alle zaadetende vogels zijn er dol op. En ze eten niet alleen het zaad. De bloemblaadjes en het groen vinden ze ook lekker. Wie zijn vogels op deze manier van kleurstoffen voorziet, hoeft niet bang te zijn voor overdoseringen. Bij toevoegingen van de gebruikelijke kleurstoffen aan het drinkwater, eivoer of zaad dient men de dosering altijd strikt na te volgen. Een teveel aan deze stoffen levert narigheid op.  

Afrikaantjes zijn in het voorjaar in ieder tuincentrum te koop. Men kan ze ook zelf zaaien. Dat is stukken goedkoper. Een pakje zaad kost vaak nog geen euro. Sterker nog, die ene euro kan nog worden bespaard. Een handje vol uitgebloeide en gedroogde bloemetjes levert al meer dan genoeg zaad op voor het volgende jaar. Als het zaad in maart in huis in een bakje wordt gezaaid, kunnen de plantjes meteen na de ijsheiligen (half mei) naar buiten. Er is dan nauwelijks nog gevaar voor nachtvorst. In huis kunnen ze voor die tijd al in bloei komen.

Op onze show zaten afgelopen jaar twee putter-kanaries. Ze waren van één en dezelfde fokker maar voorafgaand aan de tentoonstelling door twee leden op verschillende wijze gevoerd. De één voerde het gehele jaar bloemetjes van het afrikaantje, de ander niet. De vogel zonder de bloemetjes had op zijn keurbriefje staan: “Masker wat flets van kleur”. Hij kreeg 17 punten voor kleurregelmatigheid en kleurdiepte. De vogel met bloemetjes kwam op 18 punten met als opmerking: “Prachtig rood masker”.

Kanaries en putter-kanarie aan de afrikaantjes

Twee vogels op deze manier met elkaar vergelijken zegt natuurlijk niet zoveel. Het verschil in de beoordeling kan ook aan andere omstandigheden te wijten zijn. Maar het is niet uit te sluiten dat het verschil wel degelijk door het voeren van tagetesbloemetjes komt. En los daarvan, dat bloemetjes eten houdt de vogels urenlang bezig. Dat is op zich al een groot voordeel.